De doelstellingen van DHIN zijn:


-
Verbetering van preventieve zorg door ondersteuning van poetsprogramma's met fluoridetandpasta op scholen.
-
Verbetering van de toegankelijkheid van mondzorg door ondersteuning bij opleidingen van hulpkrachten.
-
Verbetering van de werkomstandigheden van mondgezondheidswerkers door het sturen van eenvoudige apparatuur, instrumenten en materialen.
-
Verbetering van de hygiëne bij behandeling door educatie, apparatuur en materialen.
Toelichting:
- 1. Verbetering van preventieve zorg.
a. Promoten en lobbyen.NGOs kunnen hier een rol in spelen. Hoge prioriteit heeft het ontwikkelen van promotie activiteiten en het lobbyen gericht op het slechten van structurele barrières die verbetering van de gezondheidszorg in de weg staan. Dit impliceert het beïnvloeden van politici opdat zij beslissingen nemen die leiden naar een verbeterde zorgstructuur en gezondheid. Voor de geloofwaardigheid is het van groot belang om daarbij gebruik te maken van internationale aanbevelingen en resoluties.
-
b. Schoolgezondheidsprogramma’sNGOs kunnen meewerken aan het opzetten van schoolgezondheidsprogramma’s. Autoriteiten in het onderwijs en de gezondheid hebben weinig kennis van de mogelijkheden die schoolgezondheidsprogramma’s bieden voor de verbetering van de gezondheid en de opleiding van kinderen. Bovendien zitten zij gevangen in administratieve structuren en regelgeving en bestaat er onduidelijkheid over wederzijdse verantwoordelijkheden in de gezondheids- en de onderwijssector. Die situatie is moeilijk te veranderen zolang er geen gemeenschappelijke visie over gezondheid en opleiding van kinderen bestaat. Dat is een van de punten waar het lobbyen zich op moet richten: samenwerking tussen de gezondheids- en onderwijssector met een gezamenlijke visie wat gezondheidsprogramma’s op scholen en dagverblijven betreft. Preventie zit niet in de hoofden van lokale gezondheidswerkers en beleidsmakers en daarnaast worden de meeste in overheidsdienst slecht betaald en zijn mede daardoor weinig gemotiveerd. Gebruik makend van internationale aanbevelingen en resoluties blijft het promoten en lobbyen een moeilijk proces van de lange adem. Samenwerking met de media, een lokale universiteit en een grote NGO die lokaal werkzaam is op het gebied van gezondheid en onderwijs is van groot belang. Een goed voorbeeld is het ‘Fit for School’ programma in de Filippijnen (www.fitforschool.ph).Decennia lang waren schoolgezondheidsprogramma’s wereldwijd gericht op het overbrengen van kennis door onderwijs, in de veronderstelling dat kennis leidt tot motivatie en gedragsveranderingen bij kinderen. De afgelopen decennia wees steeds meer er op dat deze veronderstelling niet opgaat. Individuen - en dus ook kinderen - veranderen hun gedrag niet zo gemakkelijk alleen door informatie. De omgeving is allesbepalend voor gedragsveranderingen. Als die omgeving niet de juiste stimuli bevat, verandert het gedrag niet. Dit inzicht wordt duidelijk verwoord in de ‘Ottawa Charter for Health Promotion’ (1986): beschermende huisvesting, adequate voeding, schoon water, sanitaire voorzieningen, goed onderwijs en sociale en politieke ondersteuningzijnde bepalende factoren voor gezond gedrag. Pas onder deze voorwaarden wordt het voor kinderen mogelijk een gezond leven te leiden. Sleutelvoorwaarde is dat de lokale omgeving bij gezondheidsprogramma’s op scholen moet worden betrokken om dergelijke school preventieprogramma een faire kans te geven ook thuis te beklijven (WHO 1986). Bovendien kan tandenpoetsen beter plaats vinden binnen het bredere kader van andere gezondheidsactiviteiten op school omdat daarmee een betere waarborg wordt verkregen dat de politiek achter dergelijke initiatieven gaat staan, hetgeen belangrijk is voor de noodzakelijke duurzaamheid. Tandenpoetsprogramma’s op scholen zonder integratie met andere preventieprogramma’s en waarbij de omgeving niet wordt betrokken (ouders, locale autoriteiten) voldoen dus niet aan bovengenoemde voorwaarde.
-
c. Bevorderen van het gebruik van betaalbare en effectieve fluoridetandpasta.Veel fluoridetandpasta’s in de derde wereld bevatten onvoldoende vrije fluoride . De aanwezigheid van vrije fluoride is een voorwaarde voor de werkzaamheid tegen cariës. Omdat het nog wel even zal duren voordat kwaliteitscontrole van tandpasta in de derdewereldlanden wordt ingevoerd, kunnen adviezen de consument helpen bij de aanschaf van effectieve fluoridetandpasta meer>> NGO's kunnen een rol spelen bij het verspreiden van dergelijke adviezen.
-
2. Verbetering van de toegankelijkheid van mondzorgNGOs kunnen hierbij een belangrijke rol spelen door energie te steken in de opleiding van hulpkrachten die basale mondzorg kunnen geven aan een bevolking die deze zorg ontbeert. Een vaak over het hoofd gezien aspect van het BPOC concept is dat veel ervan kan worden uitgevoerd door hulpkrachten. Dat impliceert dat aandacht moet worden gegeven aan de opleiding, training en begeleiding van hulpkrachten. Daardoor kan bestaand personeel effectiever worden ingezet ter versterking van het aanwezige zorgsysteem. Een dergelijke strategie moet in coördinatie met het lokale systeem en in overeenstemming met wettelijke bepalingen plaatsvinden. Men kan geen hulpkrachten opleiden bij afwezigheid van een wettelijk kader en helaas ontbreekt dat kader in veel ontwikkelingslanden.
-
3. Verbetering van de werkomstandigheden van werkers in de mondzorgHulpverleners in de mondzorg in ontwikkelingslanden werken vaak onder abominabele omstandigheden. Er is vaak gebrek aan alles. Meegenomen dan wel geleverde apparatuur en instrumentarium moet wel passen en nuttig zijn in de lokale situatie. Een autoclaaf bij afwezigheid van elektriciteit is natuurlijk geen optie. Een tandartsenstoel voor alleen OUT is niet noodzakelijk. Het instrumentarium voor OUT kan beperkt blijven. Niet voor elk gebitselement is een aparte extractietang nodig.
-
4. Verbetering van de hygiëne
-
Bij de basale mondzorg volgens het BPOC concept (OUT en ART) zijn de hygiënische omstandigheden waaronder gewerkt wordt essentieel. Dit vraagt om een duidelijk protocol waarin de hygiënische maatregelen zijn beschreven. Hierbij kunnen NGOs een belangrijke rol spelen want de controle op (kruis)infectie bij een medische behandeling is verre van optimaal in ontwikkelingslanden. Van alle injecties in 1999 was 30-75% onveilig in een aantal lagelonenlanden, met als gevolg een hoge overdracht van hepatitis B en C, HIV, Ebola, Lassa virus infecties en malaria tengevolge van onveilige injecties. In 2003 was het hergebruik van naalden en het gebruik van aangebroken anesthesie carpules nog steeds alledaags Ook extractietangen worden niet altijd adequaat gesteriliseerd tussen patiënten.



