Ontwikkelingswerk : niet ontmoedigen, wel kanttekeningen
Endo in de bush
Natuurlijk is het erg te prijzen als Nederlandse tandartsen hulp willen bieden aan ontwikkelingslanden, daar twijfelt niemand aan. Maar besef je als tandarts wel dat ontwikkelingswerk vele valkuilen kent, zeggen deskundigen. “Vraag je in het vliegtuig terug af: is dit effectief geweest of had ik mijn geld ook anders en wellicht beter kunnen besteden ?”
Nederland kent veel organisaties die tandheelkundige hulp in ontwikkelingslanden bieden. Hoeveel dat er precies zijn, en hoeveel tandartsen er jaarlijks meedoen, is niet bekend. Wel is duidelijk dat er steeds meer initiatieven bijkomen. Prachtig natuurlijk en met de beste bedoelingen opgezet. Maar ontwikkelingswerk kent vele haken en ogen en die worden niet altijd erkend, menen deskundigen.
“We willen tandartsen niet ontmoedigen, maar willen wel wat kanttekeningen plaatsen”, zeggen James Huddleston Slater van DHIN (Dental Health International Nederland) en Wim van Palenstein Helderman, hoogleraar Global Health in Nijmegen en tevens verbonden aan DHIN. Deze club wil een kennis- en informatiecentrum zijn voor tandartsen die in het buitenland hulp willen bieden. Het liefst zou de organisatie zien dat iedere tandarts eerst kennis inwint bij DHIN, maar dat gebeurt niet altijd. Oriëntatie is echter cruciaal, zeggen Huddleston Slater en Van Palenstein Helderman. “Men springt er vaak bovenop, zonder eerst te weten welke initiatieven er al zijn, hoe de regels in het land zijn, welke behandelingsstrategieën zinvol zijn en niet”, zegt Van Palenstein Helderman. “Maar oriëntatie en inzicht in de situatie is de eerste stap.
Struikelblok
Daar zijn de Nigeriaanse tandarts Matthew Sade en tandarts Lonim Prasai Dixit uit Nepal, die in Nijmegen een achtweekse cursus volgen , het volledig mee eens. Zij zien in hun eigen landen vaak dat de hulpverlening stukloopt op gebrek aan oriëntatie. “Nepal heeft buitenlandse hulp nodig en er is veel enthousiasme onder westerse hulpverleners, maar er is weinig kennis over het lokale gezondheidssysteem en de Nepalese maatschappij”, zegt Prasai Dixit. Tandartsen moeten zich van tevoren goed oriënteren op bijvoorbeeld het Nepalese kastensysteem en de religie, vindt zij, maar vooral ook op het vinden van een betrouwbare en eerlijke lokale partner.
Zo’n partner vinden is nog niet altijd makkelijk, legt Sade uit. In Nigeria worden non-governmental organisations (ngo’s) nogal eens op de verkeerde wijze gebruikt door de politiek. Ze worden ingezet voor eigen doeleinden, bijvoorbeeld om hun eigen aanzien te vergroten, en zijn daardoor vaak niet duurzaam, aldus Sade. Betrouwbare partners zijn dus essentieel, om een goede voortgang te laten plaatsvinden. Een goede partner is vaak een universiteit of lokaal trainingscentrum, vinden Sade en Prasai Dixit.
Ook de grote hoeveelheid aan initiatieven is een struikelblok, vinden Sade en Prasai Dixit. “Er zijn verschillende initiatieven, maar er is geen samenwerking”, zegt Prasai Dixit. Sade roept Nederlandse organisaties dan ook echt op om samen te werken, wat duurzaamheid bevordert. Daarnaast adviseren ze tandartsen om zich aan te sluiten bij al bestaande organisaties en structuren en die te versterken, in plaats van allemaal nieuwe eigen initiatieven te ontplooien.
Soms is er van tevoren gewoon niet goed nagedacht over zaken, vinden ze. Sade kent wel wat voorbeelden van hoe het niet moet. Een prachtige unit die vanuit het westen in Afrika wordt neergezet, waarvan het westerse Voltage niet overeenkomt met die van het Afrikaanse land, of waarvan het personeel niet weet hoe ze hem moeten bedienen. “Dan staat dat ding daar ongebruikt en blijft hij er ook staan, want niemand weet wat ze er mee moeten.” Of grote hoeveelheden medicijnen die worden verstuurd, maar die ook snel over de houdbaarheidsdatum heen zijn.
Ook Huddleston Slater kent wel zo’n voorbeeld. Hij kwam eens iemand tegen die middenin de bush een endo uitvoerde. “En die mensen hadden niet eens te eten!” Maar tegelijkertijd zegt hij: “Hulp moet en we maken allemaal fouten, dat heb ik ook gedaan. We moeten dus niet alle initiatieven om zeep helpen.”
Gewoon leuk
Hoe moet het dan wel? Sleutelwoorden in ontwikkelingswerk zijn duurzaamheid, effectiviteit en continuïteit. Jo Frencken, hoofd van het Department of Global Health in Nijmegen, bezigt daarbij het bekende ontwikkelingswerkmotto ‘geef de hengel en niet de vis’. Oftewel: leer mensen hoe ze het zelf beter kunnen doen, zodat ze niet afhankelijk zijn van hulp uit het westen. Frencken geeft een voorbeeld van hoe hij dat zelf heeft gedaan. Hij woonde jarenlang in Tanzania, waar hij tandartsen opleidde. Toen hij wegging, konden deze tandartsen zelf verdergaan met anderen opleiden en de bezigheden voortzetten. Het is goed om echt iets op te bouwen en een duurzame relatie aan te gaan, vindt hij.
Frencken, Sade en Prasai Dixit denken dat tandartsen die ontwikkelingswerk willen doen, niet zozeer zelf moeten gaan behandelen, maar het best hun kennis kunnen overdragen en zich aansluiten bij een universiteit in het land waar ze naar toe gaan. Alledrie zijn er van overtuigd dat de manier waarop sommige westerse organisaties en individuele tandartsen werken - een paar weken naar een ontwikkelingsland gaan om extracties te doen - niet de manier is. Sade: “Dat is een erg beperkte manier van denken. Je kunt niet steeds opnieuw blijven komen.” “Er wordt op die manier niets opgebouwd”, vult Frencken aan.
Zo ver zouden Van Palenstein Helderman en Huddleston Slater niet willen gaan. “Mensen hebben recht op een pijnbehandeling”, zegt Van Palenstein Helderman. “Als westerse tandartsen mensen van hun pijn af willen helpen, heb ik daar niet veel op tegen. Maar vraag je in het vliegtuig terug wel af of jouw bijdrage effectief is geweest. Het geld had ook besteed kunnen worden aan het opleiden van de lokale bevolking bijvoorbeeld, wat effectiever zou zijn. Zelf naar een ontwikkelingsland gaan om mensen te helpen komt voort uit goede bedoelingen, maar het is ook gewoon leuk om te doen. Dat mag ook, maar wees er naar jezelf toe eerlijk over dat je het ook doet omdat het leuk is.”
Rien Koopmans is een voorbeeld van een tandarts die, nadat hij enkele malen meeging met een korte reis naar Nepal, het gevoel had dat hij te weinig overstijgend bezig was. “Ik had het gevoel dat er niets veranderde”, zegt hij. Koopmans koos ervoor om zelf een gezondheidscentrum in Nepal op te zetten, via een stichting die hij in het leven riep: Medora (zie ook Podium, p. ..). “Ik had behoefte aan het bieden van continuïteit. Uiteindelijk moeten we zeggen: ze hebben ons niet meer nodig, maar kunnen alles zelf doen.”
Sinterklaas
Kies bij ontwikkelingswerk ook voor een behandelmethode waarvan bewezen is dat die werkt, is het advies van DHIN. Voor de klas gaan staan en kinderen alleen vertellen hoe ze moeten poetsen en dat ze niet moeten snoepen, is niet zinvol, aldus Van Palenstein Helderman. “Er is vaak helemaal geen water of tandpasta om te poetsen. Bovendien wordt het gedrag niet ondersteund door de thuisbasis, omdat de ouders bijvoorbeeld ook niet gewend zijn om te poetsen. De omgeving moet juist veranderd worden.”
Hij noemt het programma ‘Fit for School’ als goed voorbeeld. Kinderen leren met het programma op school om hun tanden te poetsen en hun handen te wassen. Oorspronkelijk was het programma opgesteld voor de Filippijnen, maar inmiddels wordt het op meerdere plekken op de wereld gebruikt. Het project wordt ondersteund en betaald door de overheid en onderwijzers worden beoordeeld op het programma, zodat het ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
“Tandenpoetsen moet een dagelijkse gewoonte worden”, zegt ook Gerjen Winkeler van de Netherlands Oral Health Society (NOHS). Deze organisatie houdt twee keer per jaar een Dental Camp in Nepal, waarbij Nederlandse mondzorgprofessionals fluoridetandpasta promoten en aan pijnbestrijding doen. Winkeler vindt het daarbij van belang dat de lokale bevolking zelf verantwoordelijk wordt voor de mondzorg. “Ga geen Sinterklaas spelen, door alles zelf te betalen.” Als het land een deel van de kosten zelf betaalt, wordt het vanzelf meer verantwoordelijk, aldus Winkeler.
Al met al is eenvoud het sleutelwoord als het gaat om de behandeling, zegt Huddleston Slater. “Werk op het niveau dat het land functioneert.” Er is vaak geen nazorg, elektriciteit, hulptroepen en dergelijke. Laat je eigen, westerse standaard los en kijk wat het land nodig heeft aan basale zorg, vindt hij. Bovendien: als je op de westerse wijze werkt, met allerlei technische snufjes, raken lokale hulpverleners hun status kwijt, zegt Huddleston Slater. En niet in de laatste plaats: ontwikkelingslanden moeten niet afhankelijk worden van westerse landen, maar juist onafhankelijk. Een van de uitgangspunten van DHIN is dan ook: de bevolking moet het project uiteindelijk kunnen overnemen.
Nog een laatste advies van Van Palenstein Helderman: houd je aan de regels en richtlijnen van het land waar je naar toe gaat. “Er heerst vaak het idee ‘er is daar geen zorg en alle hulp is meegenomen’, maar ook in ontwikkelingslanden zijn gewoon regels waar je je aan moet houden.” Hij noemt het opleiden van hulpkrachten als voorbeeld. Informeer eerst bij de overheid of dat mag, is zijn advies. Ook Nederlandse studenten tandheelkunde die extracties doen in het buitenland vindt hij eigenlijk niet kunnen. “Een Peruaanse tandarts die hier komt werken, mag niets. Maar een Nederlandse student in een ontwikkelingsland, zou wel alles mogen? Dat neigt naar een dubbele standaard.”
Anne Doeleman


